AI Omnibus schrapt minimumniveau AI-geletterdheid
De AI Omnibus schrapte per medio juli 2026 het minimumniveau voor AI-geletterdheid, maar liet de artikel 50-transparantie vanaf 2 augustus 2026 staan.
U moet kunnen aantonen dat uw organisatie AI-geletterdheid heeft ingebouwd op basis van context en risico, zonder dat een specifiek minimumniveau voor individuen wordt voorgeschreven. Die verplichting geldt vanaf 27 juli 2026 en staat los van de transparantieregels die vanaf 2 augustus 2026 van kracht zijn.
De aanleiding is een analyse van 23 september 2026 van de wijzigingen in artikel 4 van de AI Act, die stelt dat de Digital Omnibus het voorgeschreven minimumniveau voor AI-geletterdheid heeft geschrapt, maar de verplichting zelf en de transparantieregels van artikel 50 onverkort laat gelden. Het concrete geval is de invoering van de Omnibus op 27 juli 2026 en de daaropvolgende transparantieregels per 2 augustus 2026. In onze inschatting betekent dit dat organisaties hun AI-geletterdheidsmaatregelen niet langer aan een vastgestelde norm kunnen toetsen, maar moeten kunnen onderbouwen dat die maatregelen passend zijn voor hun context, risico en personeelssamenstelling.
Wat is er eigenlijk veranderd aan artikel 4?
Artikkel 4 van de AI Act is oorspronkelijk op 2 februari 2025 van toepassing geworden. De Digital Omnibus, die medio juli 2026 in werking trad, heeft dit artikel gewijzigd. Na die wijziging blijft AI-geletterdheid een verplichting voor aanbieders en deployers, maar wordt geen specifiek of 'voldoende' niveau voor individuen meer voorgeschreven. Dit betekent dat u niet langer tegen een vastgestelde competentiemaatstaf hoeft te werken, maar wel moet kunnen aantonen dat uw maatregelen passend zijn voor de kennis, ervaring, opleiding, gebruikscontext en de personen op wie systemen worden toegepast.
Welke faalmodi en risico's moet u adresseren?
- Onvoldoende contextbewustzijn — maatregelen die niet aansluiten op het daadwerkelijke risico van de toepassing of de rol van de gebruiker.
- Gebrek aan documentatie — geen aantoonbare registratie van hoe AI-geletterdheid is ingebouwd of bijgehouden.
- Verwarring tussen algemene geletterdheid en toezichtvoorbereiding — het schrappen van het minimumniveau voor artikel 4 raakt niet de aparte verplichting voor passende training op menselijk toezicht bij hoogrisico-AI.
- Onvoldoende aandacht voor gevoelige informatie — gebrek aan controle op AI-gebruik in contexten met juridische of compliance-gevolgen.
- Afhankelijkheid van certificaten als bewijs — certificaten zijn niet vereist en kunnen geen vervanging zijn voor contextgebonden onderbouwing.
Welke concrete controles moet u kunnen aantonen?
- Documenteer uw AI-geletterdheidsmaatregelen per rol en context — leg vast welke initiatieven, trainingen of begeleiding u per functie en risicoclassificatie hebt ingericht.
- Koppel AI-geletterdheid aan aantoonbare controle op AI-gebruik — zorg dat juridische of compliance-gevoelige werkstromen een verificatielaag hebben.
- Onderscheid algemene geletterdheid van toezichtvoorbereiding — voor hoogrisico-AI moet u aparte, specifieke voorbereiding op menselijk toezicht kunnen aantonen.
- Registreer interne trainingen en begeleiding — houd bij welke maatregelen u hebt genomen en voor wie, zonder certificering als voorwaarde.
- Toets passendheid tegen uw risicoprofiel — zorg dat u kunt uitleggen waarom uw maatregelen passend zijn voor uw organisatie, niet voor een generieke norm.
Hoe zit het met transparantie en de overgangsperiode?
Artikkel 50 voert transparantieregels in die vanaf 2 augustus 2026 gelden. Deze regels betreffen verplichtingen rond herkenbare markering van AI-interactie en bepaalde AI-content. Een overgangsperiode tot december 2026 geldt voor bepaalde markeringen van generatieve-AI-systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt zijn gebracht. Dit betekent dat u per systeem moet controleren wanneer het is ingevoerd, om vast te stellen welke transparantieregels direct van toepassing zijn en welke onder de overgang vallen.
Wat kan tooling doen en waar blijft uw oordeel nodig?
Tooling kan u helpen bij het registreren van trainingen, het bijhouden van AI-gebruik in gevoelige werkstromen en het documenteren van uw maatregelen per rol. Wat tooling niet kan doen: bepalen of uw maatregelen passend zijn voor uw specifieke context en risico. Die beoordeling vereist professioneel oordeel over uw organisatie, uw personeelssamenstelling en de aard van de AI-toepassingen die u inzet. Tot de Commissie en lidstaten praktische voorbeelden en aanbevelingen hebben gepubliceerd, ligt die bewijslast volledig bij u.
Bronnen: Dit artikel is gebaseerd op berichtgeving en richtlijnen van Europese Commissie — Shaping Europe's digital future.
Geschreven door
Marit Halversen
Schrijft over AI-governance en regelgeving, met de nadruk op hoe verplichtingen neerslaan in architectuur in plaats van in papierwerk.